OPINIE Alleen ambitieuze groeidoelstellingen kunnen de 180.000 wachtenden écht helpen

14-10-2022

​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​​Niet voor de eerste keer is 'wonen' hét thema waar heel wat armoedeorganisaties aandacht voor vragen. Naar aanleiding van de Werdelddag van Verzet tegen Amoede op 17 oktober. Met een verwijzing naar de 180.000 wachtenden op de wachtlijsten voor een sociale woning als campagnebeeld stelt het netwerk tegen armoede drie centrale eisen:

  1. Verhoog het bouwritme voor sociale woningen
  2. Ondersteun private verhuurders in ruil van betaalbare en kwaliteitsvolle woningen voor de 180.000 wachtenden op een sociale woning
  3. Stimuleer woonmaatschappijen om verder en meer in te huren op de private huurmarkt (cfr. sociale verhuurkantoren)

Het zou een evidentie moeten zijn dat een 'warm' Vlaanderen streeft naar voldoende aanbod van sociale huurwoningen. Het bindend sociaal objectief (BSO) is daarvoor een stap in de goede richting, maar wordt te vaak beschouwd als het einddoel. Om de werkelijke nood te lenigen is immers meer dan een verdubbeling van het huidig patrimonium nodig. Bouwen is noodzakelijk, inhuren op de private huurmarkt maakt bestaande woningen snel beschikbaar voor sociale verhuur.

Wie op het terrein actief is om bijkomende sociale woningen te realiseren weet echter dat de wooncrisis waarvoor aandacht gevraagd wordt nog niet overal doorgedrongen is. Nog te vaak horen zij het in vraag stellen of er wel bijkomende woningen nodig zijn. Te vaak wordt in twijfel getrokken of diegene die een sociale woning huren daar wel recht op horen te hebben. Onterecht vreest men met bijkomende woningen bijkomende armoede aan te trekken. Te veel beleidsmakers tellen ronduit dat we het tekort zouden kunnen aanpakken door huurders hun rechten te ondergraven.

Inspanningen voor bijkomende sociale woningen komen bovendien te vaak in concurrentie met de noden van andere groepen om stijgende prijzen voor de aankoop van een woning te counteren bepleiten opiniemakers bijvoorbeeld dat meer ruimte aan de markt gegeven wordt. Op die manier wordt echter een strijd om ruimte gecreëerd die het voor sociale verhuuders steeds moeilijker zal maken om noodzakelijke bijkomende gronden te verwerven voor de realistatie van sociale woonprojecten.

Minister Diependaele verwees in een dubbelinterview met zijn Nederlandse collega onlangs in De Standaard naar de brede uitdagingen van de woningmarkt: "Er zit zeker ook druk op onze woningmarkt, maar bij ons zien we dat de vrije markt wél gewerkt heeft. Van 1995 tot 2020 zijn er bij ons 705.000 woningen bijgekomen en we hebben er nu tegen 2050 nog 400.000 extra nodig. We zitten vooral met het probleem "ruimte". Dat is de grote uitdaging in Vlaanderen." In de praktijk zijn er weinig van die 705.000 woningen effectief sociale woningen, dus de markt slaagde er alvast niet in die nood te lenigen. Dit moet anders voor de 400.000 woningen die de komende jaren gebouwd zullen worden.

Als we willen dat de sociale woningen beschikbaar zijn voor zij die het echt nodig hebben is er maar één oplossing: woningen voor de 180.000 wachtenden én voor zij die vandaag omwille van te lange wachtlijsten niet ingeschreven zijn. Om dat te realiseren zouden alle beleidsniveaus en actoren moeten samenwerken om ervoor te zorgen dat de helft van de 400.000 bijkomende woningen straks sociale woningen zijn.

Wim Boone

Stafmedewerker Beleid

HUURpunt vzw

​​​